Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
juya
Ta juya naman.
draaien
Ze draait het vlees.
tabbatar
Mu tabbatar da ra‘ayinka da farin ciki.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
raba
Suka raba ayyukan gidan tsakaninsu.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
amfani da
Ta amfani da kayan jam‘i kowace rana.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
bada
Mai ɗaukar abinci yana bada abincin.
serveren
De ober serveert het eten.
sani
Ta sani da littattafan yawa tare da tunani.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
shirya
Ya shirya a cikin zaben.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
sha
Ta sha shayi.
drinken
Ze drinkt thee.
gaza
Kwararun daza suka gaza.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.
bar buɗe
Wanda yake barin tagogi ya kira masu satar!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
gaya
Na da abu m muhimmi in gaya maka.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.