Woordenlijst
Russisch – Werkwoorden oefenen
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
serveren
De ober serveert het eten.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
straffen
Ze strafte haar dochter.
doden
Ik zal de vlieg doden!