Woordenlijst
Leer bijwoorden – Noors
ut
Han vil gjerne komme ut av fengselet.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
først
Sikkerhet kommer først.
eerst
Veiligheid komt eerst.
inn
De hopper inn i vannet.
in
Ze springen in het water.
nettopp
Hun våknet nettopp.
net
Ze is net wakker geworden.
ute
Vi spiser ute i dag.
buiten
We eten vandaag buiten.
aldri
Gå aldri til sengs med sko på!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
venstre
På venstre side kan du se et skip.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
for mye
Han har alltid jobbet for mye.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
også
Hunden får også sitte ved bordet.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
nå
Skal jeg ringe ham nå?
nu
Moet ik hem nu bellen?
kanskje
Hun vil kanskje bo i et annet land.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.