Vocabulary
Learn Verbs – Dutch
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
say goodbye
The woman says goodbye.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
endure
She can hardly endure the pain!
begeleiden
De hond begeleidt hen.
accompany
The dog accompanies them.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
report
She reports the scandal to her friend.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
feel
He often feels alone.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
dispose
These old rubber tires must be separately disposed of.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
send
This company sends goods all over the world.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
study
The girls like to study together.
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
remove
How can one remove a red wine stain?
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
ask
He asks her for forgiveness.
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
happen to
Did something happen to him in the work accident?