Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/70624964.webp
farfado
Mu farfado sosai a lokacin muna gidan wasa!
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
cms/verbs-webp/124545057.webp
saurari
Yara suna son su sauraro labarinta.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
cms/verbs-webp/85191995.webp
hada
Kammala zaman ƙarshe ku kuma hada!
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
cms/verbs-webp/122632517.webp
kuskura
Duk abin yau ya kuskura!
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
cms/verbs-webp/131098316.webp
aure
Yaran ba su dace su yi aure ba.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
cms/verbs-webp/119289508.webp
rike
Za ka iya rike da kuɗin.
houden
Je mag het geld houden.
cms/verbs-webp/100585293.webp
juya ƙasa
Ka kamata ka juya mota nan.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
cms/verbs-webp/93169145.webp
magana
Ya yi magana ga taron.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/66787660.webp
zane
Ina so in zane gida na.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
cms/verbs-webp/51119750.webp
samu hanyar
Zan iya samun hanyar na a cikin labyrinth.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
cms/verbs-webp/57574620.webp
aika
Yarinyar mu ta aika jaridun tun lokacin hutu.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
cms/verbs-webp/65915168.webp
hawaye
Ganyaye su hawaye karkashin takalma na.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.