Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
duwen
De verpleegster duwt de patiënt in een rolstoel.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
vormen
We vormen samen een goed team.
verlaten
De man vertrekt.