Woordenlijst
Albanees – Werkwoorden oefenen
eten
De kippen eten de granen.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
leiden
Hij leidt graag een team.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
zingen
De kinderen zingen een lied.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.