Woordenlijst
Leer bijwoorden – Engels (US)
all
Here you can see all flags of the world.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
not
I do not like the cactus.
niet
Ik hou niet van de cactus.
enough
She wants to sleep and has had enough of the noise.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
more
Older children receive more pocket money.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
in
Is he going in or out?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
in the morning
I have to get up early in the morning.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
too much
He has always worked too much.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
before
She was fatter before than now.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
also
Her girlfriend is also drunk.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
tomorrow
No one knows what will be tomorrow.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
almost
It is almost midnight.
bijna
Het is bijna middernacht.