binnenkomen
Kom binnen!
وارد شدن
وارد شو!
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
احساس کردن
مادر بسیار محبت به فرزندش احساس میکند.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
بهبود بخشیدن
او میخواهد به فیگور خود بهبود ببخشد.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
رسیدن
او دقیقاً به موقع رسید.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
متعجب کردن
او والدین خود را با یک هدیه متعجب کرد.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
مطالعه کردن
دخترها دوست دارند با هم مطالعه کنند.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
بررسی کردن
نمونههای خون در این آزمایشگاه بررسی میشوند.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
قرار گرفتن
یک مروارید در داخل صدف قرار دارد.
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
دراز کشیدن
آنها خسته بودند و دراز کشیدند.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
گذشتن
آن دو از کنار یکدیگر میگذرند.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
ملاقات کردن
دوستان برای شام مشترک ملاقات کردند.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
نمایش دادن
هنر مدرن اینجا نمایش داده میشود.