Woordenlijst
Leer werkwoorden – Russisch
иметь в собственности
У меня есть красный спортивный автомобиль.
imet‘ v sobstvennosti
U menya yest‘ krasnyy sportivnyy avtomobil‘.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.
отправлять
Я отправляю вам письмо.
otpravlyat‘
YA otpravlyayu vam pis‘mo.
sturen
Ik stuur je een brief.
завтракать
Мы предпочитаем завтракать в постели.
zavtrakat‘
My predpochitayem zavtrakat‘ v posteli.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
спать
Ребенок спит.
spat‘
Rebenok spit.
slapen
De baby slaapt.
ограничивать
Во время диеты нужно ограничивать потребление пищи.
ogranichivat‘
Vo vremya diyety nuzhno ogranichivat‘ potrebleniye pishchi.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
везти назад
Мать везет дочь домой.
vezti nazad
Mat‘ vezet doch‘ domoy.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
удивлять
Она удивила своих родителей подарком.
udivlyat‘
Ona udivila svoikh roditeley podarkom.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
нести
Они несут своих детей на спинах.
nesti
Oni nesut svoikh detey na spinakh.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
рассказать
Она рассказала мне секрет.
rasskazat‘
Ona rasskazala mne sekret.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
мыть
Мне не нравится мыть посуду.
myt‘
Mne ne nravitsya myt‘ posudu.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
поднимать
Вертолет поднимает двух мужчин.
podnimat‘
Vertolet podnimayet dvukh muzhchin.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.