Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (PT)
exibir
Arte moderna é exibida aqui.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
entregar
O entregador de pizza entrega a pizza.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
atravessar
O carro atravessa uma árvore.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
sugerir
A mulher sugere algo para sua amiga.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
deixar aberto
Quem deixa as janelas abertas convida ladrões!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
limpar
Ela limpa a cozinha.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
ficar para trás
O tempo de sua juventude fica muito atrás.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
pendurar
Estalactites pendem do telhado.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
abrir
Você pode abrir esta lata para mim, por favor?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
chatear-se
Ela se chateia porque ele sempre ronca.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
resumir
Você precisa resumir os pontos chave deste texto.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.