Woordenlijst
Leer bijwoorden – Sloveens
tam
Cilj je tam.
daar
Het doel is daar.
na
Pleza na streho in sedi na njej.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
spodaj
On leži spodaj na tleh.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
zastonj
Sončna energija je zastonj.
gratis
Zonne-energie is gratis.
sam
Večer uživam sam.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
vse
Tukaj lahko vidite vse zastave sveta.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
v
Ali gre noter ali ven?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
v
Skočijo v vodo.
in
Ze springen in het water.
res
Lahko temu res verjamem?
echt
Kan ik dat echt geloven?
levo
Na levi lahko vidite ladjo.
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
že
On je že zaspal.
al
Hij slaapt al.