Woordenlijst
Leer bijwoorden – Frans
longtemps
J‘ai dû attendre longtemps dans la salle d‘attente.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
pas
Je n‘aime pas le cactus.
niet
Ik hou niet van de cactus.
souvent
On ne voit pas souvent des tornades.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
déjà
Il est déjà endormi.
al
Hij slaapt al.
avant
Elle était plus grosse avant qu‘aujourd‘hui.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
jamais
On ne devrait jamais abandonner.
nooit
Men moet nooit opgeven.
assez
Elle est assez mince.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
toujours
Il y avait toujours un lac ici.
altijd
Hier was altijd een meer.
la nuit
La lune brille la nuit.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
bientôt
Un bâtiment commercial ouvrira ici bientôt.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
assez
Elle veut dormir et en a assez du bruit.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.