Ordforråd

Lær verb – Dutch

cms/verbs-webp/86215362.webp
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
sende
Denne bedrifta sender varer over heile verda.
cms/verbs-webp/99196480.webp
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
parkere
Bilane er parkerte i underjordisk garasje.
cms/verbs-webp/109588921.webp
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
slå av
Ho slår av vekkeklokka.
cms/verbs-webp/97119641.webp
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
male
Bilen blir malt blå.
cms/verbs-webp/91696604.webp
toestaan
Men mag depressie niet toestaan.
tillate
Ein bør ikkje tillate depresjon.
cms/verbs-webp/65915168.webp
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
rasle
Blada raslar under føtene mine.
cms/verbs-webp/100585293.webp
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
snu
Du må snu bilen her.
cms/verbs-webp/95625133.webp
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
elske
Ho elskar katten sin veldig mykje.
cms/verbs-webp/1502512.webp
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
lese
Eg kan ikkje lese utan briller.
cms/verbs-webp/74009623.webp
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
teste
Bilen blir testa i verkstaden.
cms/verbs-webp/77581051.webp
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
tilby
Kva tilbyr du meg for fisken min?
cms/verbs-webp/105238413.webp
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
spare
Du kan spare pengar på oppvarming.