Ordforråd
Lær adverb – Dutch
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
om natta
Månen skin om natta.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
heile dagen
Mor må jobbe heile dagen.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
ein stad
Ein kanin har gøymt seg ein stad.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
om morgonen
Eg har mykje stress på jobb om morgonen.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
ut
Han vil gjerne komme ut av fengselet.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
kvifor
Born vil vite kvifor alt er som det er.
nu
Moet ik hem nu bellen?
no
Skal eg ringje han no?
correct
Het woord is niet correct gespeld.
korrekt
Ordet er ikkje stava korrekt.
samen
We leren samen in een kleine groep.
saman
Vi lærer saman i ei lita gruppe.
half
Het glas is half leeg.
halv
Glaset er halvt tomt.
nooit
Men moet nooit opgeven.
aldri
Ein bør aldri gje opp.