Woordenlijst

Leer werkwoorden – Oezbeeks

cms/verbs-webp/108218979.webp
kerak
U bu yerda tushishi kerak.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
cms/verbs-webp/1422019.webp
takrorlamoq
Mening to‘ti ismimni takrorlay oladi.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/94193521.webp
burmoq
Siz chapga burishingiz mumkin.
draaien
Je mag naar links draaien.
cms/verbs-webp/27076371.webp
tegishmoq
Mening xotinim menga tegishadi.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
cms/verbs-webp/108991637.webp
oldini olishmoq
U o‘z hamkorini oldini oladi.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
cms/verbs-webp/119895004.webp
yozmoq
U xat yozmoqda.
schrijven
Hij schrijft een brief.
cms/verbs-webp/122153910.webp
bo‘lmoq
Ular uy ishlarini o‘zlarining o‘rtasida bo‘ladi.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
cms/verbs-webp/47737573.webp
qiziqmoq
Bizning bola musiqaga juda qiziqadi.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.
cms/verbs-webp/93221279.webp
yonmoq
Ko‘r o‘rda yonmoqda.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.
cms/verbs-webp/41935716.webp
yo‘qolmoq
O‘rmanda yo‘qolish oson.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
cms/verbs-webp/113316795.webp
kirish
Siz parolingiz bilan kirishingiz kerak.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
cms/verbs-webp/117311654.webp
tashimoq
Ular bolalarini orqalarida tashiydilar.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.