Woordenlijst

Leer werkwoorden – Hausa

cms/verbs-webp/97593982.webp
shirya
An shirya abinci mai dadi!
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
cms/verbs-webp/91367368.webp
tafi tura
Iyalin suna tafi tura a ranakun Lahadi.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
cms/verbs-webp/119269664.webp
ci
Daliban sun ci jarabawar.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
cms/verbs-webp/118232218.webp
kare
Dole ne a kare ‘ya‘yan yara.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
cms/verbs-webp/71991676.webp
manta
Suka manta ‘yaransu a isteishonin.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
cms/verbs-webp/102169451.webp
fuskanci
Ya kamata a fuskanci matsaloli.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
cms/verbs-webp/31726420.webp
juya zuwa
Suna juya zuwa juna.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/130770778.webp
tafi
Ya son tafiya kuma ya gani ƙasashe da dama.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
cms/verbs-webp/51573459.webp
fadi
Zaka iya fadin idanunka da sauri da make-up.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
cms/verbs-webp/120801514.webp
manta
Zan manta da kai sosai!
missen
Ik zal je zo erg missen!
cms/verbs-webp/99602458.webp
hana
Kada an hana ciniki?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/111615154.webp
kai gida
Uwar ta kai ‘yar gida.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.