Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
shirya
An shirya abinci mai dadi!
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
tafi tura
Iyalin suna tafi tura a ranakun Lahadi.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
ci
Daliban sun ci jarabawar.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
kare
Dole ne a kare ‘ya‘yan yara.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
manta
Suka manta ‘yaransu a isteishonin.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
fuskanci
Ya kamata a fuskanci matsaloli.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
juya zuwa
Suna juya zuwa juna.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
tafi
Ya son tafiya kuma ya gani ƙasashe da dama.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
fadi
Zaka iya fadin idanunka da sauri da make-up.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
manta
Zan manta da kai sosai!
missen
Ik zal je zo erg missen!
hana
Kada an hana ciniki?
beperken
Moet handel worden beperkt?