Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
tashi
Ba ta iya tashi a kansa ba.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
fita da magana
Ta ke so ta fito da magana ga abokinta.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
kashe
Ta kashe duk kuɗinta.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
sayar
Kayan aikin ana sayarwa.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
juya zuwa
Suna juya zuwa juna.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
kuskura
Ku tuna sosai don kada ku yi kuskura!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
bi
Cowboy yana bi dawaki.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
ƙi
Ya kamata ya ƙi gyada.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
kwance
Suna da wuya kuma suka kwance.
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
yanka
Suna bukatar a yanka su zuwa manya.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
buga
Mai girki ya buga littattafai da yawa.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.