Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hausa
fita
Yayan mata suka so su fita tare.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
bayan
Ta bayan masa yadda na‘urar ke aiki.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
rufe
Yaro ya rufe kansa.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
ɗauka
Aka ɗauki hankali kan alamar hanyoyi.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
jira
Yaya ta na jira ɗa.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
shigo
Mu shigo da itace daga kasashe daban-daban.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
kashe
Ba da dadewa, wasu dabbobi suna kashe da mota.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
amfani da
Har kan yara suna amfani da kwamfutoci.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
karanta
‘Yan matan suna son karanta tare.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
manta magana
Tausayin ta ya manta ta da magana.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
sumbata
Ya sumbata yaron.
kussen
Hij kust de baby.