Woordenlijst
Leer bijwoorden – Sloveens
nikamor
Te sledi ne vodijo nikamor.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
več
Starejši otroci dobijo več žepnine.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
tja
Pojdi tja, nato vprašaj znova.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
zakaj
Otroci želijo vedeti, zakaj je vse tako, kot je.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
zunaj
Danes jemo zunaj.
buiten
We eten vandaag buiten.
enako
Ti ljudje so različni, vendar enako optimistični!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
ves dan
Mati mora delati ves dan.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
v
Ali gre noter ali ven?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
skoraj
Rezervoar je skoraj prazen.
bijna
De tank is bijna leeg.
dol
Skoči dol v vodo.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
ven
Bolni otrok ne sme iti ven.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.