Woordenlijst
Grieks – Bijwoordenoefening
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
echt
Kan ik dat echt geloven?
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
al
Hij slaapt al.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
bijna
De tank is bijna leeg.