Woordenlijst
Grieks – Bijwoordenoefening
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
bijna
De tank is bijna leeg.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
al
Hij slaapt al.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
te veel
Het werk wordt me te veel.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
erg
Het kind is erg hongerig.
buiten
We eten vandaag buiten.