Woordenlijst
Grieks – Bijwoordenoefening
al
Hij slaapt al.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
samen
De twee spelen graag samen.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
iets
Ik zie iets interessants!
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
eerst
Veiligheid komt eerst.
bijna
De tank is bijna leeg.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?