Woordenlijst
Grieks – Bijwoordenoefening
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
al
Hij slaapt al.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
in
De twee komen binnen.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
samen
We leren samen in een kleine groep.