Woordenlijst
Marathi – Bijwoordenoefening
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
nu
Moet ik hem nu bellen?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
altijd
Hier was altijd een meer.
bijna
De tank is bijna leeg.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
samen
We leren samen in een kleine groep.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
bijna
Ik raakte bijna!
al
Het huis is al verkocht.