Woordenlijst
Hebreeuws – Bijwoordenoefening
bijna
De tank is bijna leeg.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
veel
Ik lees inderdaad veel.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
nu
Moet ik hem nu bellen?
weg
Hij draagt de prooi weg.