Vocabulary
Learn Adverbs – Dutch
eerst
Veiligheid komt eerst.
first
Safety comes first.
samen
De twee spelen graag samen.
together
The two like to play together.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
too much
He has always worked too much.
samen
We leren samen in een kleine groep.
together
We learn together in a small group.
daar
Het doel is daar.
there
The goal is there.
gisteren
Het regende hard gisteren.
yesterday
It rained heavily yesterday.
echt
Kan ik dat echt geloven?
really
Can I really believe that?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
in
Is he going in or out?
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
soon
A commercial building will be opened here soon.
buiten
We eten vandaag buiten.
outside
We are eating outside today.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
tomorrow
No one knows what will be tomorrow.