Vocabulary

Learn Adverbs – Dutch

cms/adverbs-webp/96364122.webp
eerst
Veiligheid komt eerst.
first
Safety comes first.
cms/adverbs-webp/123249091.webp
samen
De twee spelen graag samen.
together
The two like to play together.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
too much
He has always worked too much.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
samen
We leren samen in een kleine groep.
together
We learn together in a small group.
cms/adverbs-webp/141168910.webp
daar
Het doel is daar.
there
The goal is there.
cms/adverbs-webp/71670258.webp
gisteren
Het regende hard gisteren.
yesterday
It rained heavily yesterday.
cms/adverbs-webp/71109632.webp
echt
Kan ik dat echt geloven?
really
Can I really believe that?
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
in
Is he going in or out?
cms/adverbs-webp/154535502.webp
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
soon
A commercial building will be opened here soon.
cms/adverbs-webp/178653470.webp
buiten
We eten vandaag buiten.
outside
We are eating outside today.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
tomorrow
No one knows what will be tomorrow.
cms/adverbs-webp/29021965.webp
niet
Ik hou niet van de cactus.
not
I do not like the cactus.