Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
rijk
een rijke vrouw
rich
a rich woman
krachteloos
de krachteloze man
powerless
the powerless man
vriendelijk
een vriendelijk aanbod
friendly
a friendly offer
vroeg
vroeg leren
early
early learning
verdrietig
het verdrietige kind
sad
the sad child
onvoorzichtig
het onvoorzichtige kind
careless
the careless child
naïef
het naïeve antwoord
naive
the naive answer
ongebruikelijk
ongebruikelijk weer
unusual
unusual weather
eerlijk
een eerlijke verdeling
fair
a fair distribution
krachtig
krachtige wervelstormen
strong
strong storm whirls
aardig
de aardige bewonderaar
nice
the nice admirer