Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
slim
een slimme vos
smart
a smart fox
voorzichtig
de voorzichtige jongen
careful
the careful boy
rechtop
de rechtopstaande chimpansee
upright
the upright chimpanzee
onwaarschijnlijk
een onwaarschijnlijke worp
unlikely
an unlikely throw
zeldzaam
een zeldzame panda
rare
a rare panda
over
het overgebleven eten
remaining
the remaining food
dik
een dikke vis
fat
a fat fish
kreupel
een kreupel man
lame
a lame man
onbegaanbaar
de onbegaanbare weg
impassable
the impassable road
eerlijk
een eerlijke verdeling
fair
a fair distribution
buitenlands
buitenlandse verbondenheid
foreign
foreign connection