Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
positief
een positieve houding
positive
a positive attitude
verticaal
een verticale rots
vertical
a vertical rock
verkrijgbaar
het verkrijgbare medicijn
available
the available medicine
dronken
de dronken man
drunk
the drunk man
paars
de paarse bloem
violet
the violet flower
strak
een strakke bank
tight
a tight couch
extra
het extra inkomen
additional
the additional income
grappig
de grappige verkleedpartij
funny
the funny disguise
legaal
een legaal pistool
legal
a legal gun
diep
diepe sneeuw
deep
deep snow
snel
de snelle skiër
fast
the fast downhill skier