Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
gesloten
gesloten ogen
closed
closed eyes
verlegen
een verlegen meisje
shy
a shy girl
bruin
een bruine houten muur
brown
a brown wooden wall
overig
de overgebleven sneeuw
remaining
the remaining snow
competent
de competente ingenieur
competent
the competent engineer
Sloveens
de Sloveense hoofdstad
Slovenian
the Slovenian capital
koud
het koude weer
cold
the cold weather
grappig
de grappige verkleedpartij
funny
the funny disguise
zonnig
een zonnige lucht
sunny
a sunny sky
dronken
een dronken man
drunk
a drunk man
uitstekend
het uitstekende eten
excellent
an excellent meal