Wortschatz

Lernen Sie Verben – Niederländisch

cms/verbs-webp/110233879.webp
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
erstellen
Er hat ein Modell für das Haus erstellt.
cms/verbs-webp/96061755.webp
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
bedienen
Der Koch bedient uns heute selbst.
cms/verbs-webp/79046155.webp
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
wiederholen
Können Sie das bitte wiederholen?
cms/verbs-webp/120200094.webp
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
mischen
Man kann mit Gemüse einen gesunden Salat mischen.
cms/verbs-webp/97335541.webp
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
kommentieren
Er kommentiert jeden Tag die Politik.
cms/verbs-webp/114052356.webp
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
verbrennen
Das Fleisch darf nicht auf dem Grill verbrennen!
cms/verbs-webp/35071619.webp
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
vorbeigehen
Die beiden gehen aneinander vorbei.
cms/verbs-webp/44127338.webp
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
hinwerfen
Er hat seinen Job hingeworfen.
cms/verbs-webp/85677113.webp
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
benutzen
Sie benutzt täglich Kosmetikprodukte.
cms/verbs-webp/101890902.webp
produceren
We produceren onze eigen honing.
herstellen
Wir stellen unseren Honig selbst her.
cms/verbs-webp/84365550.webp
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
befördern
Der Lastwagen befördert die Güter.
cms/verbs-webp/119404727.webp
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
machen
Das solltest du doch schon vor einer Stunde machen!