Wortschatz

Adverbien lernen – Niederländisch

cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
cms/adverbs-webp/67795890.webp
in
Ze springen in het water.
hinein
Sie springen ins Wasser hinein.
cms/adverbs-webp/23025866.webp
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
cms/adverbs-webp/38720387.webp
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
hinab
Sie springt hinab ins Wasser.
cms/adverbs-webp/66918252.webp
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
zumindest
Der Friseur hat zumindest nicht viel gekostet.
cms/adverbs-webp/54073755.webp
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
darauf
Er klettert aufs Dach und setzt sich darauf.
cms/adverbs-webp/174985671.webp
bijna
De tank is bijna leeg.
nahezu
Der Tank ist nahezu leer.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
een beetje
Ik wil een beetje meer.
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
cms/adverbs-webp/178180190.webp
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
dorthin
Gehen Sie dorthin, dann fragen Sie wieder.
cms/adverbs-webp/93260151.webp
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
nie
Geh nie mit Schuhen ins Bett!
cms/adverbs-webp/166784412.webp
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
jemals
Hast du jemals alles Geld mit Aktien verloren?
cms/adverbs-webp/77321370.webp
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
beispielsweise
Wie gefällt Ihnen beispielsweise diese Farbe?