Ordforråd
Lær adjektiver – Dutch
dom
de domme jongen
dum
den dumme guten
oranje
oranje abrikozen
oransje
oransje aprikosar
zeldzaam
een zeldzame panda
sjeldan
ein sjeldan panda
dubbel
de dubbele hamburger
dobbelt
den doble hamburgeren
afzonderlijk
de afzonderlijke boom
ein
den eine treet
gemeen
het gemene meisje
slem
den slemme jenta
onschatbaar
een onschatbare diamant
uverdierbar
ein uverdierbar diamant
wolkenloos
een wolkenloze hemel
skyfri
ein skyfri himmel
negatief
het negatieve nieuws
negativ
den negative nyhenda
gek
de gekke gedachte
sprø
den sprøe tanken
paars
paarse lavendel
lilla
lilla lavendel