Testen 26



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun Jan 18, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
are the school children   See hint
2. Drink je water met ijs?
Do you water with ice?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
I am putting the in the washing machine   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
How do I get to the center?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
I didn’t order   See hint
6. Hij vaart met het schip.
He goes by   See hint
7. Daar is de dierentuin.
The zoo is   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
There is also a pool with a sauna   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Your bag is beautiful   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
The traffic is red   See hint