Testen 26

Nederlands » Ests



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri May 22, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
Need on   See hint
2. Drink je water met ijs?
Jood sa vett ?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
Mina panen pesumasinasse   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Kuidas saan ma ?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
Ma ei tellinud   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Ta sõidab   See hint
7. Daar is de dierentuin.
on loomaaed   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
Siin on ka saunaga   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Su kott on väga   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
Valgusfoor on   See hint