Testen 26

Nederlands » Fins



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat May 23, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
ovat oppilaat   See hint
2. Drink je water met ijs?
vettä jäillä?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
Minä laitan pyykin   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Miten pääsen ?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
En tätä   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Hän laivalla   See hint
7. Daar is de dierentuin.
on eläintarha   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
On myös saunan kanssa   See hint
9. Je tas is erg mooi.
on todella kaunis   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
Liikennevalo on   See hint