Testen 26

Nederlands » Spaans



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun May 24, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
Ésos son los   See hint
2. Drink je water met ijs?
Bebes agua con ?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
Yo pongo la en la lavadora   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Cómo se va al centro de la ?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
Eso no lo he   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Él va en   See hint
7. Daar is de dierentuin.
Ahí está el   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
hay una piscina con sauna   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Tu bolso es muy   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
El semáforo está en   See hint