Testen 26

Nederlands » Spaans



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu May 21, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
Ésos son los   See hint
2. Drink je water met ijs?
Bebes agua con ?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
Yo pongo la en la lavadora   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Cómo se va al centro de la ?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
Eso lo he pedido   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Él va en   See hint
7. Daar is de dierentuin.
Ahí el zoológico   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
hay una piscina con sauna   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Tu es muy bonito   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
El semáforo en rojo   See hint