Testen 26



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Apr 30, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
Det er   See hint
2. Drink je water met ijs?
du vann med is?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
putter tøy inn i vaskemaskinen   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Hvordan kommer jeg til ?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
Det var ikke det jeg   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Han med skipet   See hint
7. Daar is de dierentuin.
er dyreparken   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
Det finnes også en svømmehall med   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Vesken din er veldig   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
er rødt   See hint