Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/118759500.webp
rikolti
Ni rikoltis multe da vino.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
cms/verbs-webp/114272921.webp
peli
La bovistoj pelas la brutaron per ĉevaloj.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
cms/verbs-webp/83661912.webp
prepari
Ili preparas bongustan manĝon.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
cms/verbs-webp/74119884.webp
malfermi
La infano malfermas sian donacon.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
cms/verbs-webp/116358232.webp
okazi
Io malbona okazis.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
cms/verbs-webp/80552159.webp
funkcii
La motorciklo estas rompita; ĝi ne plu funkcias.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
cms/verbs-webp/106682030.webp
retrovi
Mi ne povis retrovi mian pasporton post translokiĝo.
terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.
cms/verbs-webp/57481685.webp
ripeti jaron
La studento ripetis jaron.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
cms/verbs-webp/11579442.webp
ĵeti al
Ili ĵetas la pilkon al si reciproke.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
cms/verbs-webp/125088246.webp
imiti
La infano imitas aviadilon.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
cms/verbs-webp/123211541.webp
negi
Hodiaŭ multe negis.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
cms/verbs-webp/116835795.webp
alveni
Multaj homoj alvenas per aŭtokampoveturilo por ferii.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.