Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
wandelen
De groep wandelde over een brug.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.