Woordenlijst
Hebreeuws – Bijwoordenoefening
uit
Ze komt uit het water.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
te veel
Het werk wordt me te veel.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
in
De twee komen binnen.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
weg
Hij draagt de prooi weg.