אוצר מילים
למד פעלים – הולנדית
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
להסתכל
היא מסתכלת למטה לעמק.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
לזרוק
הוא דרך על קליפת בננה שנזרקה.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
גורם
האלכוהול יכול לגרום לכאבי ראש.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
מכירה
היא לא מכירה בחשמל.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
פוקד
הוא פוקד את הכלב שלו.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
דורשת
הנכדה שלי דורשת הרבה ממני.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
לצפות
הילדים תמיד מצפים לשלג.
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
להודות
אני מודה לך מאוד על זה!
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
לחפש
מה שאתה לא יודע, אתה צריך לחפש.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
לפרסם
פרסומות מתפרסמות לעיתים קרובות בעיתונות.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
מכילים
דגים, גבינה וחלב מכילים הרבה חלבון.