Kalmomi
Koyi kalmomi – Dutch
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
aiki
Ta aiki sana‘a mai ban mamaki.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
wuce
Su biyu sun wuce a kusa da juna.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
bi
Ƙwararun suna biwa uwar su koyaushe.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
aika
Ya aika pitsa zuwa gida.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
rasa hanyar
Ya sauki ne a rasa hanyar a cikin ƙungiya.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
dawo
Malamin ya dawo da makaloli ga dalibai.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
kai tare
Mu ka kai itacewar Kirsimeti tare da mu.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
kashe
Ta kashe duk kuɗinta.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
bada komai
Iska ta bada komai gidajen da dama.
voorzien
Strandstoelen worden voor de vakantiegangers voorzien.
bada
Kujerun kan bada wa masu bikin likimo.
dragen
De ezel draagt een zware last.
kai
Giya yana kai nauyi.