Vortprovizo
Lernu Verbojn – nederlanda
luisteren
Hij luistert naar haar.
aŭskulti
Li aŭskultas ŝin.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
forigi
Mia estro forigis min.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
prezenti
Li prezentas sian novan koramikinon al siaj gepatroj.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
dungi
La petanto estis dungita.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
okazi
Akcidento okazis ĉi tie.
smaken
Dit smaakt echt goed!
gusti
Tio gustas vere bone!
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
serĉi
Kion vi ne scias, vi devas serĉi.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
pentri
La aŭto estas pentrita blua.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
eldoni
Reklamoj ofte estas eldonitaj en gazetoj.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
esti venkita
La pli malforta hundo estas venkita en la batalo.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
fariĝi facila
Surfado fariĝas facila por li.