Vortprovizo
Lernu Verbojn – nederlanda
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
inviti
Ni invitas vin al nia novjara festo.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
dungi
La firmao volas dungi pli da homoj.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
kovri
Ŝi kovris la panon per fromaĝo.
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
bezoni
Mi urĝe bezonas ferion; mi devas iri!
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
imposti
Firmaoj estas impostitaj diversmaniere.
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
ricevi
Li ricevis salajralton de sia ĉefo.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
esplori
Homoj volas esplori Marson.
doden
Ik zal de vlieg doden!
mortigi
Mi mortigos la muŝon!
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
paroli
Li parolas al sia aŭskultantaro.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
akcepti
Iuj homoj ne volas akcepti la veron.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
alveni
Li alvenis ĝustatempe.