Wortschatz

Lernen Sie Verben – Niederländisch

cms/verbs-webp/68761504.webp
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
überprüfen
Der Zahnarzt überprüft das Gebiss der Patientin.
cms/verbs-webp/82604141.webp
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
wegwerfen
Er tritt auf eine weggeworfene Bananenschale.
cms/verbs-webp/81236678.webp
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
versäumen
Sie hat einen wichtigen Termin versäumt.
cms/verbs-webp/123211541.webp
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
schneien
Heute hat es viel geschneit.
cms/verbs-webp/27564235.webp
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
bearbeiten
Er muss alle diese Akten bearbeiten!
cms/verbs-webp/34979195.webp
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
sich zusammenfinden
Es ist schön, wenn sich zwei zusammenfinden.
cms/verbs-webp/99392849.webp
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
entfernen
Wie kann man einen Rotweinfleck entfernen?
cms/verbs-webp/106851532.webp
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
sich ansehen
Sie haben sich lange angesehen.
cms/verbs-webp/55372178.webp
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
weiterkommen
Schnecken kommen nur langsam weiter.
cms/verbs-webp/32180347.webp
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
auseinandernehmen
Unser Sohn nimmt alles auseinander!
cms/verbs-webp/118765727.webp
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
belasten
Die Büroarbeit belastet sie sehr.
cms/verbs-webp/1422019.webp
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
nachsprechen
Mein Papagei kann meinen Namen nachsprechen.