Vocabulário

Aprenda verbos – Holandês

cms/verbs-webp/113316795.webp
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
entrar
Você tem que entrar com sua senha.
cms/verbs-webp/84506870.webp
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
embebedar-se
Ele se embebeda quase todas as noites.
cms/verbs-webp/15441410.webp
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
expressar-se
Ela quer se expressar para sua amiga.
cms/verbs-webp/121112097.webp
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
pintar
Eu pintei um lindo quadro para você!
cms/verbs-webp/116166076.webp
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
pagar
Ela paga online com um cartão de crédito.
cms/verbs-webp/102238862.webp
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
visitar
Uma velha amiga a visita.
cms/verbs-webp/117897276.webp
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
receber
Ele recebeu um aumento de seu chefe.
cms/verbs-webp/119501073.webp
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
ficar em frente
Lá está o castelo - fica bem em frente!
cms/verbs-webp/33599908.webp
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
servir
Cães gostam de servir seus donos.
cms/verbs-webp/5161747.webp
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
remover
A escavadeira está removendo o solo.
cms/verbs-webp/109766229.webp
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
sentir
Ele frequentemente se sente sozinho.
cms/verbs-webp/93947253.webp
sterven
Veel mensen sterven in films.
morrer
Muitas pessoas morrem em filmes.