Woordenlijst
Leer werkwoorden – Hebreeuws
לצאת
הילדים סוף סוף רוצים לצאת החוצה.
ltsat
hyldym svp svp rvtsym ltsat hhvtsh.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
לשכוח
היא לא רוצה לשכוח את העבר.
lshkvh
hya la rvtsh lshkvh at h’ebr.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
להפוך
אתה צריך להפוך את המכונית כאן.
lhpvk
ath tsryk lhpvk at hmkvnyt kan.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
הטורנדו מחריב
הטורנדו מחריב הרבה בתים.
htvrndv mhryb
htvrndv mhryb hrbh btym.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
לקבל
אני יכול לקבל אינטרנט מהיר מאוד.
lqbl
any ykvl lqbl ayntrnt mhyr mavd.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
מתקרבת
אסונה מתקרבת.
mtqrbt
asvnh mtqrbt.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
הופיע
דג עצום הופיע פתאום במים.
hvpy’e
dg ’etsvm hvpy’e ptavm bmym.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
לצבוע
אני רוצה לצבוע את הדירה שלי.
ltsbv’e
any rvtsh ltsbv’e at hdyrh shly.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
לתקן
הוא רצה לתקן את הכבל.
ltqn
hva rtsh ltqn at hkbl.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
לסרב
הילד מסרב לאוכל שלו.
lsrb
hyld msrb lavkl shlv.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
לפרגן
הוא זוכה במדליה.
lprgn
hva zvkh bmdlyh.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.