straffen
Ze strafte haar dochter.
처벌하다
그녀는 딸을 처벌했다.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
차례를 얻다
제발 기다리세요, 곧 차례가 돌아올 것입니다!
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
논의하다
동료들은 문제를 논의합니다.
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
제거하다
어떻게 빨간 와인 얼룩을 제거할 수 있을까?
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
섬기다
개는 주인을 섬기는 것을 좋아한다.
verlaten
De man vertrekt.
떠나다
그 남자가 떠난다.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
말하다
그는 그의 관중에게 말한다.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
생각하다
체스에서는 많이 생각해야 합니다.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
돌아오다
부메랑이 돌아왔다.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
바스라다
내 발 아래로 잎사귀가 바스라진다.
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
던지다
그는 화를 내며 컴퓨터를 바닥에 던진다.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
내리다
오늘 눈이 많이 내렸다.